Samenvatting:
Wel en wee van de Accu
Energiebron Nr. 1 "De Accu"
Nu de winter aanvangt zullen een van onze lezers startproblemen krijgen tengevolge van een accu die zijn beste tijd heeft gehad. De gemiddelde accu heeft een levensduur van vier tot vijf jaar dus enige honderden onder u zullen een nieuwe accu gaan kopen of hebben hem net aangeschaft.
Om de werking van de accu wil ik niet te diep ingaan. Kort gezegd: Een accu bevat chemische energie die in elektrische energie wordt omgezet zodra er een stroomverbruiker op wordt aangesloten. De accu bestaat uit in serie geschakelde cellen die elk ruim 2 volt leveren. Elke cel bevat een aantal platen die in verdund zwavelzuur zijn geplaatst. Hoe meer platen des te groter de capaciteit. Capaciteit staat voor energievoorraad en is afhankelijk van de aanwezige plaatoppervlakte. De capaciteit is gerelateerd aan de gevraagde stroomsterkte. Zo moet een accu van 60 Ampère-uur (Ah) minstens 2 Ampère stroom gedurende 30 uur kunnen geven.
De accubak was vroeger altijd van zwart hardrubber met zichtbare celverbinders aan de bovenzijde. Tegenwoordig zijn de bakken van transparant polypropyleen. Dit heeft het voordeel dat de accu's lichter van gewicht zijn en het vloeistofpeil eenvoudiger is te controleren. De celverbinders zijn onder het deksel verdwenen. Bij gelijke afmetingen zijn de huidige accu's 85% in capaciteit toegenomen terwijl het gewicht 6 tot 9 kilo is verminderd. Tot 1961 leverde Volvo auto's met accu's van 6 volt, 85 Ah daarna werden de auto's uitgerust met een 12 volt 60 Ah accu.
Onderhoud
Het vloeistofpeil
Ondanks de spanningsregelaar, laadt de dynamo de cellen op totdat daarin de gasspanning (2,4 V per cel) wordt bereikt. Hierbij wordt een gedeelte van het accuwater omgezet in waterstof en zuurstof. Via de ontluchtingsgaten verlaat het zeer explosieve "knalgas" de accu. Hoge temperaturen versterken het verlies van water. Daarom dient het vloeistofpijl bij de conventionele accu's een paar keer per jaar gecontroleerd te worden en zonodig met gedestilleerd water te worden bijgevuld.
De kabelklemmen
De accuprestatie neemt o.a. af als de kabelklemmen niet goed vast zitten, als vezels ontbreken van de gevlochten massa kabel en als de polen geoxideerd zijn. Het is raadzaam de bovenzijde van de accu schoon en droog te houden. Oxidatie van de accupolen kan met zuurvrije vaseline worden voorkomen.
Voorkom kortsluiting
Bij werkzaamheden aan de auto is het raadzaam eerst de accu massaklem los te maken en daarna pas de plus pool.
Opslag van de accu
Als de auto enige maanden niet gebruikt wordt kan de accu het beste uit de auto worden gehaald. Laadt de accu op met een accu oplader voordat hij wordt weggezet. Er treedt immers altijd zelfontlading op. De levensduur van de accu verkort als deze "leeg" is. Een ongeladen accu sulfateert, de actieve massa verhardt en de capaciteit neemt meestal irreversibel af.
In het gunstige geval zijn de platen alleen oppervlakkig gesulfateerd en is dit een enkele keer nog te verhelpen. De accu moet dan zeer langzaam met een geringe stroomsterkte opgeladen worden. Er bestaan ook desulfaterings middelen maar die hebben nadelen.
Een voor de helft geladen accu bevriest bij -20C, een in Nederland niet zo vaak voorkomende temperatuur. Als de accu nog minder is dan treedt bevriezing eerder op. Plak de accupolen af, dit voorkomt kortsluiting als er een geleider tegen de polen mocht vallen. Bewaar de accu op een koele droge plaats niet in de buurt van vuurhaarden.
Levensduur
Een "lege" accu sulfateert waardoor de capaciteit afneemt. Hoe minder geladen des te eerder de accu onvoldoende energie levert onder gestelde condities.
Bij een buitentemperatuur van ongeveer 270C. heeft de accu een optimaal vermogen. Tot 10 graden wordt de startcapaciteit weinig beïnvloed. Rond het vriespunt daalt de startcapaciteit tot 60% en stijgt de verlangde startenergie tot 175%. Bij -18C. heeft een nieuwe accu nog maar een capaciteit van 40%. Bij die temperatuur is de benodigde startenergie gestegen tot 250%.
Een autoaccu is een startaccu speciaal geconstrueerd voor vele stootbelastingen. De dunne platen worden bij het starten slechts oppervlakkig beïnvloed. Deze accu's hebben juist meer te lijden als ze bij stilstaande motor langdurig stroom moeten leveren. Een langdurige ontlading werkt namelijk op de binnenzijde van de platen. Het nalaten de lichten uit te zetten, is slechter voor de accu dan het maken van een de accu dan het maken van een aantal starts.
Te laag vloeistof niveau in de cellen veroorzaakt het droog vallen van de bovenzijde der platen. De capaciteit daalt kwantitatief doordat het totaal plaatoppervlak afneemt en kwalitatief doordat de droogstaande delen sulfateren.
Overlading heeft tot gevolg dat de accuroosters corroderen en de capaciteit afneemt. Overlading van de accu treedt op als de dynamolaadspanning aan de hoge kant is bijvoorbeeld ten gevolge van een verkeerd afgestelde spanningsregelaar. Ook kan overlading optreden tijdens lange ritten. U rijdt zomers naar warme streken, na een lange rit bemerkt u dat de accu veel belletjes vormt. Om overlading te voorkomen is het dan raadzaam onder het rijden wat stroomverbruikers in te schakelen.
Snelladen met een accu oplader kan een accu wel een enkele keer doorstaan, maar is nadelig voor de levensduur. Een accu die regelmatig gebruikt wordt gaat langer mee dan een dit soms maanden niet wordt gebruikt. Vanzelfsprekend is dat een val of bevriezing een voortijdig einde van de accu kan veroorzaken.
Toestand
Het laadstroomlampje op het dashboard hoort te gaan branden als het contact wordt ingeschakeld en uit te gaan als de motor loopt. Indien het lampje fel oplicht tijdens het draaien van de motor is er een storing in het elektrische circuit of de V-snaar loopt niet goed. De accu raakt "leeg". Het zwak oplichten tijdens het rijden hoeft niet op een storing te wijzen; de accu geeft meer stroom dan hij via de dynamo terugkrijgt. Bij auto's met een gelijkstroomdynamo zal het laadstroomlampje eerder oplichten dan bij die met een wisselstroomdynamo.
Een accu conditiemeter kan in onze auto's gemonteerd worden ter aanvulling van de laadstroommeter. De conditiemeter is een voltmeter die de spanning van de accu weergeeft. Deze spanning correspondeert met de lading en de conditie van de accu. Tijdens de koude start zal deze meter tot onder de 12 V uitslaan. Bij het rijden met kruissnelheid hoort de meter 13-14V aan te geven. Geeft de meter meer dan 15V aan dan wordt de accu overladen en moet de spanningsregelaar worden nagekeken. Met een zuurweger kan de zuurdichtheid van de accu worden bepaald. Aflezing: 1.17 = leeg, 1,23 = 50% vol, 1,28 = vol. Het meten van de klemspanning geeft minder informatie. Een betrekkelijk lege accu bezit nog genoeg klemspanning, wordt de accu belast dan zakt de spanning.
Aanschaf
Het is aan te bevelen de accu even te laten testen, bijna elke leverancier bezit een accu conditietester. Is de duurste accu wel de beste? Het antwoord hierop is meestal nee. De volgende punten kunnen voor de keus van belang zijn.
De onderhoudsvrije accu's: Kiest men een onderhoudsvrije accu dan hoeft men het vloeistof niveau niet meer te controleren, deze accu's hebben minder last van zelfontlading. Sommige merken (o.a. Varta) leveren onderhoudsvrije accu's met vulstoppen. Deze accu's kunnen daardoor drooggeladen geleverd worden en zijn extra veilig onder omstandigheden waarbij er groot vloeistofverlies optreedt. Bovendien blijven ze nog toegankelijk voor een zuurweger. Er zijn ook accu's met een ingebouwde indicator aangaande de ladingstoestand (AC Delco). Een kleurverandering van de indicator in het accudeksel geeft informatie over de lading.
Codering
Als het goed is staan er drie aanduidingen op de accu. Bijvoorbeeld 12V, 60 Ah, 170A. De eerste twee aanduidingen geven het type accu aan dat bij de auto hoort. Het betreft hier een 12 volt accu met een capaciteit van 60 Ampère/uur. Deze accu kan gedurende 20 uur een stroom van 60/20 = Ampère leveren. Deze 20 uurs ontladings capaciteit is in feite niet zo interessant. De auto accu is immers een startaccu. De derde aanduiding, in het voorbeeld 170A, is de koud startstroom en zegt wat over de kwaliteit. Dit getal staat voor de maximale stroom die de accu gedurende een bepaalde tijd bij een temperatuur van -18 C. en bij voldoende spanning kan leveren. Helaas wordt deze belangrijke maat door verschillende fabrikanten met de in hun land gebruikte normen bepaald. Onderling vergelijk is daardoor minder goed te doen. De Duitse Din-norm stelt de zwaarste eisen. Als de Din-norm op de accu vermeld staat geeft dat aan dat de koud startstroom volgens de zwaarste eisen is bepaald.
Starttoerental
Bij een te laag starttoerental is het vacuüm in het inlaatspruitstuk te gering om een mengsel te produceren dat de motor doet aanslaan. Dit starttoerental is afhankelijk van de hoeveelheid platen die een accu bevat. Sommige goedkope accu's bevatten minder platen waardoor het starttoerental bij lage temperaturen onvoldoende is om de motor te doen aanslaan. Deze accu's zullen dus minder lang meegaan. Rijdt men alleen zomers dan is dit probleem minder actueel.
Capaciteit
Met een accu van een lagere capaciteit (lager dan 60 Ah) kan men 's winters problemen verwachten. Een accu met een hogere capaciteit levert echter geen energiewinst als de dynamo niet wordt aangepast.
Drooggeladen accu
Het leven van een accu begint wanneer deze gevuld is. Een droge accu wordt bij aankoop gevuld. Men is daardoor verzekerd van een werkelijk nieuwe accu. Het voordeel van een reeds gevulde accu is dat hij meteen gebruikt kan worden.
(bron: V44-Magazine 1990)